Gevoed vanuit je eigen temperament

 

De 4 Natuurkwaliteiten is een visie zo oud is als de Grieken en gemoderniseerd. Het geeft inzage in het temperament van de mens én van de kruiden of een therapie. Op die manier kun je het beste recept bij een persoon kiezen voor het gunstigste resultaat.

 

 

Wat zijn natuurkwaliteiten?  

In Nederland hebben wij 4 seizoenen. Ieder seizoen heeft een ander karakter. De warmte van de zomer maakt dat wij meer naar buiten gaan en in de koude winter meer naar binnen gekeerd willen zijn. Dit is een natuurlijk ritme. Een ritme dat wij ook in ons eigen leven terugzien. In het donker van de nacht slapen wij en komen wij tot rust, regenereert ons lichaam zich en verwerken wij de processen van voedsel en indrukken van de dag. Overdag laden wij op met energie die wij kunnen gebruiken om nieuwe dingen te maken. Bij interactie tussen mensen wordt er weer een heel ander appel gedaan op ons functioneren; we moeten samenwerken en ons/iets met elkaar verbinden.

 

Er zijn verschillende stromingen die deze kwaliteiten in de natuur en in onze menselijke eigenschappen onderscheiden, zowel in ons handelen als in onze lichamelijke aanleg. In de 4 natuurkwaliteiten gebruik ik de kwaliteit: Warm (actie), Droog (scheiding), Koud (naar binnen gekeerd), Vocht (verbindend). Actie staat tegenover rust en verbindende kwaliteiten staan tegenover de mogelijkheden om zaken goed te kunnen onder-scheiden. Iedereen heeft alle 4 de kwaliteiten in zich en in een gezonde situatie maak je dan ook een beweging over alle assen. Om je daarna weer op te laden, ga je het beste terug naar je eigen kwaliteit waar je thuis bent, een plek waar je energie van krijgt. Die plek op de 4 assen van de natuurkwaliteiten noemen wij jouw temperament.

 

Warm: staat voor het expressieve. Dit gebruik je bij doen en uiten.

Koud: voor het introverte. Zij helpt ons bij het van verinnerlijken.

Droog: voor het scheidende vermogen. Keuzes maken en onderscheidt zien.

Vocht: voor het verbindende vermogen. Om de samenhang te zien en ons te verplaatsen in een andere obtiek.

 

 

De verschillende temperamenten

Er bestaan meerdere versies op temperamentenleer. In de Ayurveda kent men er 3, de Chinese leer werkt met 5 en in de Westerse Natuurgeneeskunde zijn 4 temperamenten opgemaakt uit telkens 2 assen van de 4 natuurkwaliteiten. Het doel van een type is een positie kunnen geven aan de mens in zijn eigen context, zodat ziekt en gezondheid beter geplaatst kunnen worden. In verschillende landen wordt er gekeken vanuit die factoren waarin de mens moet kunnen functioneren. Ons functioneren is van oudsher gestoeld op onze omgeving, het klimaat en landschap waarin wij als maatschappij zijn gaan functioneren. Daar is kennis uit voortgekomen en die is in kaders gebracht. Een gezond mens beweegt vrij over alle assen naargelang zijn bezigheden. Het temperament waar je het beste oplaadt, is je 'home', een basis of jouw wortel vanuit waar jij geankerd bent en de wereld bekijkt.

 

Cholerisch: is het temperament dat wil doen en denken tegelijk, als het maar effectief is!

Melancholisch: zal denken combineren met reflectie, goed doordachte plannen en observaties, vaker wat terughoudend.

Flegmatisch: is het temperament wat gevoelig is voor indrukken doordat de persoon zich makkelijk verbindt met zijn omgeving.

Sanguinisch: maakt er graag een feestje van, want in de verbinding en het doen komen de spontane kwaliteiten goed van pas.

 

Jouw basistemperament geeft je energie. Daarnaast kun je kwaliteiten hebben die je hebt ontwikkeld, die vóór je werken en andere weer tegen. In die beweging op de assen herken ik als therapeut jouw beweging tussen ziekte en gezondheid. Dit neem ik allemaal mee. In de behandelbrief geef ik vaak kort aan waarbij ik denk dat jij gebaat bent.

 

Wortel als basis van jouw groei

Het liefste wordt je als kind in een veilig wiegje geboren. Met ouders die jou zien en begeleiden door de worsteling van de kinderjaren heen. Deze geborgenheid was en is er niet voor iedereen, helaas. In de psychologie wordt dit 'bonding' genoemd en is essentieel om jezelf in je gevoelsleven verder te kunnen ontwikkelen.

In de leer van de Antroposofie vind ik veel steun en begrip in de ontwikkelingsfase van het kind. Ook daar lees je de natuurkwaliteiten weer in terug. Iedere fase groeit uit tot een nieuwe ontwikkeling, waarin het fysieke lichaam zich strekt en vult en ook het wereldbeeld zich telkens een stapje verder uitbreidt en dan weer teruggeworpen wordt op het 'ik' bewustzijn. Net als een kiemblad van een zaadje die de stam voor de plant vormt, waaruit de rest van de plant kan groeien. Na ieder opgedane kennis is de verinnerlijking een belangrijk proces. Je kunt het zien als een soort ademhaling. Je verzamelt, brengt samen, kiest en laat los. Dit proces gebeurt in je lichaam en doe je ook met emoties en kennis. Je ziet het terug in de werking van je organen, in de seizoenen, de temperamenten en óók in het verwerken van trauma's en ziektebeelden waaruit je niet door-ontwikkeld lijkt te komen.

 

 

De natuur weet het het beste 

De natuur heeft het allemaal al lang bedacht. Het is haar manier om te leven en te evolueren. Daarom is de natuur als voorbeeld voor én bij een therapie zo enorm geneeskrachtig. Alles wat je nodig hebt is er al.

Een plant die ik gebruikt als geneesmiddel (en dat is voeding dus eigenlijk ook) heeft een eigenschap die past bij een natuurkwaliteit. De inhoudsstoffen van een kruid en de samenwerking daartussen, bepaalt de werking als geneesmiddel. Zoals je in een eikenboom de standvastigheid en steun herkent en je een kopje muntthee drinkt na de maaltijd bij een opgeblazen buik. De keuze voor kruiden, voeding of therapie moet passen bij jouw gewenste beweging naar gezondheid. Zo kom jij weer terug in jouw eigen stukje natuur.

 

Bewuster maakt autonoom, autonomie maakt gezond.